Home
Home

Sport en Recreatie : Sportsubsidie : Impulssubsidie 2009-2013


Impulssubsidie 2009-2013

IMPULSSUBSIDIE 2009-2013

Sportaccommodatie
Sportactiviteiten
Sportbeleid
Sportdienst
Sportraad
Sportsubsidie
Sportverenigingen

 

I. Algemene voorwaarden

Artikel 1
Dit reglement geeft uitvoering aan het besluit van de Vlaamse Regering ter uitvoering van het decreet van 9 maart 2007 houdende de subsidiëring van gemeente- en provinciebesturen en de Vlaamse Gemeenschapscommissie voor het voeren van een Sport voor Allen-beleid – bepalingen tot het verkrijgen van de impulssubsidie (19 september 2008).
De beleidsprioriteit voor het impulsbeleid van de gemeentebesturen heeft als thema: de kwaliteit van de jeugdsportbegeleider verhogen in de sportverenigingen, aangesloten bij een erkende Vlaamse sportfederatie.

Artikel 2
Voor de toepassing van het besluit en dit reglement worden verstaan onder:

  • jeugdsport: sportparticipatie van kinderen en jongeren tot en met achttien jaar;
  • de jeugdsportbegeleider: een sporttechnische begeleider voor jeugdsport die actief is in een erkende sportvereniging;
  • de jeugdsportcoördinator: een sportgekwalificeerde jeugdsportbegeleider die het jeugdsportbeleid in de erkende sportvereniging coördineert op het sporttechnische, beleidsmatige en organisatorische vlak;
  • erkende sportvereniging: een sportvereniging die aangesloten is bij een erkende Vlaams sportfederatie en die erkend is door het gemeentebestuur;
  • de erkende sportfederatie: de Vlaamse sportfederatie die erkend is in het kader van het decreet van 13 juli 2001 houdende de regeling van de erkenning en subsidiëring van de Vlaamse sportfederaties, de koepelorganisatie en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding.

Artikel 3
Jaarlijks voorziet de gemeenteraad een krediet, gelijk aan 0,8 euro per inwoner, op het gemeentelijk budget voor de impulssubsidies aan de erkende Affligemse sportverenigingen.
De impulssubsidie dient besteed te worden aan:

  • de directe financiële ondersteuning van de erkende sportvereniging via onderstaand subsidiereglement
  • eigen initiatieven van de gemeente

Jaarlijks beslist het college van burgemeester en schepenen hoe de totale impulssubsidie zal verdeeld worden onder punten a. en b.  De meerderheid van de impulssubsidie moet ofwel jaarlijks ofwel verdeeld over meerdere jaren van het impulsbeleid 2009-2013 besteed worden aan de directe financiële ondersteuning van sportverenigingen.


II. Subsidiereglement voor de directe financiële ondersteuning van de erkende sportverenigingen


Artikel 4

De subsidiëring van het huidig werkingsjaar (jaar X) wordt steeds bepaald op basis van de in het aanvraagdossier opgenomen gegevens van de sportverenigingen m.b.t. het voorgaande werkingsjaar (jaar X-1).
Het gemeentebestuur behoudt zich het recht voor de gegeven informatie en bewijsstukken te laten verifiëren.  Indien blijkt dat de aangifte niet in overeenstemming is met de werkelijkheid, komt desbetreffende sportvereniging voor het betrokken jaar niet meer in aanmerking voor de onder dit besluit gereglementeerde subsidie.

Artikel 5

De sportverenigingen moeten door de gemeente erkend zijn en dus voldoen aan de in het erkenningsreglement omschreven erkenningsvoorwaarden.

Artikel 6
De subsidies kan men verkrijgen door te voldoen aan de hierna omschreven procedure:

  • De aanvraag tot subsidiëring wordt door de sportverenigingen op de daartoe bestemde formulieren ingediend bij de sportdienst.  Het reglement en de aanvraagformulieren zijn beschikbaar op de sportdienst.  De subsidieaanvraag moet ingediend worden vóór 1 oktober van het betrokken jaar (jaar X), gelijktijdig met de subsidieaanvraag voor de werking van de erkende sportvereniging.
  • De verdeling en bekendmaking van de subsidies vindt plaats vóór 1 december van het betrokken jaar (jaar X).
  • In de loop van de maand december kan beroep aangetekend worden bij het college van burgemeester en schepenen.
  • De uitbetaling van de subsidies gebeurt vóór 31 december van het betrokken jaar (jaar X).

Artikel 7
De sportverenigingen aanvaarden verantwoording af te leggen overeenkomstig de Wet van 14 november 1983, die stelt dat de sportvereniging de subsidie moet gebruiken voor het doel waarvoor de subsidie is toegekend.

Artikel 8

Enkel het college van burgemeester en schepenen is bevoegd om moeilijkheden en betwistingen, niet voorzien in onderhavig reglement, op te lossen en/of te beslechten.

Artikel 9
Dit subsidiereglement tracht bij te dragen tot de kwaliteitsverhoging van de jeugdsportbegeleider in sportverenigingen (aangesloten bij erkende Vlaamse sportfederaties).
De subsidie wordt bepaald door de beoordeling van de sportvereniging op het vlak van de hieronder beschreven doelstellingen.  De beoordeling gebeurt op basis van een aantal kwaliteitscriteria per doelstelling waaraan de sportvereniging dient te voldoen.
De kwaliteitscriteria worden geobjectiveerd door parameters teneinde de beoordeling om te zetten in een subsidiebedrag.

Artikel 10
Aan elke doelstelling wordt een bepaald percentage van het subsidiebedrag toegekend. Dit percentage wijzigt per jaar en wordt weergegeven in onderstaande tabel.

Percentage subsidie
Doelstelling 1 Doelstellling 2
Doelstelling 3
2009
50 %
30 %
20 %
201040 %
30 %
30 %
2011
30 %
40 %
30 %
201220 %
50 %
30 %
201320 %
50 %
30 %

Doelstelling 1: De jeugdwerking van de sportclub wordt begeleid door jeugdsportbegeleiders en sportgekwalificeerde jeugdsportcoördinatoren
Kwaliteitscriterium: jeugdwerking met jeugdsportbegeleiders en sportgekwalificeerde jeugdsportcoördinatoren
Parameter waarop de sportvereniging 1 punt kan scoren:
Beschikken over een jeugdwerking die wordt begeleid door minstens 1 sportgekwalificeerde jeugdsportbegeleider en 1 sportgekwalificeerde jeugdsportcoördinator.           

Doelstelling 2: Beschikken over een kwaliteitsvol sporttechnisch jeugdkader

Kwaliteitscriterium: werken met gediplomeerde jeugdsportbegeleiders (JSB) en jeugdsport-coördinatoren (JSC) (sportdiploma’s in sportdiscipline van de sportvereniging)
Parameters waarop de sportvereniging kan punten scoren:

  • per JSB met diploma aspirant-initiator: 5 punten
  • per JSB met diploma initiator: 12 punten
  • per JSB of JSC met diploma trainer B: 15 punten
  • per JSB of JSC met diploma jeugdsportcoördinator 15 punten
  • per JSB of JSC met diploma trainer A: 20 punten
  • per JSB of JSC met diploma toptrainer: 30 punten
  • per JSB of JSC met diploma LO niet-universitair (bachelor/regent): 15 punten
  • per JSB of JSC met diploma LO universitair (master/licentiaat): 15 punten

Volgende regels dienen in acht te worden genomen:

  • diploma LO is cumuleerbaar met een ander diploma
  • diploma’s moeten erkend zijn door VTS (Vlaamse Trainersschool)

Doelstelling 3: subsidie voor gevolgde sporttechnische opleidingen van de jeugdsport-begeleider of jeugdsportcoördinator in het jaar voorafgaand aan de subsidie (jaar X-1)
Kwaliteitscriterium: Alle sporttechnische opleidingen van jeugdsportbegeleiders (een sportbegeleider is minstens 18 jaar), jeugdsportbegeleiders in wording (vanaf 16 jaar) en jeugdsportcoördinatoren die hun aanvang namen in het jaar voorafgaand aan de subsidieaanvraag (jaar X-1) komen in aanmerking voor een subsidieaanvraag. 
Parameters waarop de sportvereniging kan punten scoren per behaald diploma:

  • diploma aspirant-initiator: 5 punten
  • diploma initiator: 12 punten
  • diploma trainer B: 15 punten
  • diploma jeugdsportcoördinator: 15 punten
  • diploma trainer A: 20 punten
  • diploma toptrainer: 30 punten
  • einddiploma LO niet-universitair (bachelor/regent): 15 punten
  • einddiploma LO universitair (master/licentiaat): 15 punten

Volgende regels dienen in acht te worden genomen:

  • diploma’s moeten erkend zijn door VTS (Vlaamse Trainersschool)
  • voor de jeugdsportcoördinator komen de diploma’s vanaf trainer B in aanmerking